Maandelijks archief: februari 2014

De meeuwen van Kanaleneiland

Sinds ik in Utrecht studeer ga ik onregelmatig even meeuwen zoeken langs het Amsterdam-Rijnkanaal in Kanaleneiland. Deze wijk is al ruim een halve eeuw een goede plek voor meeuwen. Er zitten vaak leuke soorten en omdat er veel moslims wonen die uit geloofsovertuiging geen voedsel mogen weggooien, en het dan dus maar op de kade aan de vogels voeren, komen de meeuwen dikwijls op korte afstand zitten. Een ideale locatie dus om de lastige meeuwengroep onder de knie te krijgen en dat is dan ook precies wat ik hier vanaf december 2009, toen ik er kwam om een Pontische Meeuw te twitchen, heb geprobeerd.

In de juiste tijd van het jaar zijn hier altijd wel Geelpootmeeuwen en Pontische Meeuwen tussen de Kleine Mantels en Zilvers te vinden, heel af en toe is er een Zwartkopmeeuw aanwezig en er zijn al enkele kandidaten Baltische Mantelmeeuw fuscus gezien, en zelfs een mooie geringde, dus zekere, vogel. Die laatste heb ik overigens helaas niet waargenomen. Met recht wordt dit plekje dus ook wel ‘meeuwenboulevard’ genoemd.

1kj Pontische Meeuw (met Zilvermeeuw en Kleine Mantelmeeuw), als kuiken geringd in het zuiden van Polen (fotobewerking: Mars Muusse).
1kj Pontische Meeuw (met Zilver- en Kleine Mantelmeeuw), als kuiken geringd in het zuiden van Polen en ten tijde van dit bericht op Terschelling verblijvend (fotobewerking: Mars Muusse)

Het is ook altijd leuk om op ringen te letten. Ze geven informatie over de herkomst, leeftijd, plaatstrouw en trekgedrag en dus is het erg waardevol om de ringen proberen af te lezen en door te geven. Bovendien zorgt een ring ervoor dat een vogel individueel herkenbaar wordt en je hem dus kunt volgen. In de loop der tijd heb ik langs het kanaal geringde meeuwen uit 11 verschillende landen gezien. Eenmaal was er ook een paartje Ooievaars, waarvan één met Nederlandse ring, op de kade aanwezig om het brood voor de meeuwen weg te kapen.

Met de klok mee: een Duitse en een Noorse ring, een Zweeds-Nederlandse en een Tsjechische Kokmeeuw (foto: Robert van der Meer)
Met de klok mee: een Duitse en een Noorse ring, een Zweeds-Nederlandse en een Tsjechische Kokmeeuw (foto: Robert van der Meer)
Met de klok mee: een Deense en een Finse ring (foto: Robert van der Meer), een Nederlander en een Litouwse ring.
Met de klok mee: een Deense, een Finse ring (foto: Robert van der Meer), een Nederlander en een Litouwse ring

Op Facebook kun je mijn kleurringenalbum bekijken voor meer ringen.

3kj Kleine Mantelmeeuw, geringd op de Maasvlakte en hiervoor alleen nog maar afgelezen bij Madrid
3kj Kleine Mantelmeeuw, geringd op de Maasvlakte en voordat ik hem zag alleen nog maar afgelezen bij Madrid

Het najaar van 2011

Het najaar is voor de meeste vogelaars de mooiste tijd van het jaar… Lekker struinen in de duinen, uren over zee kijken met westerwind en altijd spannend vogelen met hier en daar de nodige dwaalgasten die bij de herfst horen. De najaren van 2012 en 2013 waren voor mij persoonlijk niet geweldig. Tijd om daarom eens terug te kijken op het najaar van 2011, waar ik erg goede herinneringen aan bewaar.

Het najaar begon begin september al goed, met een Kleine Trap op de Hoge Veluwe. De vogel was soms leuk te zien, met name als er even een wolkje voor de zon schoof (het was ruim 30 graden toen).

De (kleine) aftrap van het najaar… zomerkleed Kleine Trap in het Nationaal Park de Hoge Veluwe (3 september 2011).

Meteen de volgende dag lukte het in Veenendaal om eindelijk eens een Duinpieper te zien, eveneens een nieuwe soort. Vervolgens barstte op woensdag 7 september de eerste najaarsstorm los en zag ik vanaf het terras van Hotel Savoy in Katwijk aan Zee mijn allereerste Nederlandse pijlstormvogels: maar liefst 12 Noordse, een Grauwe en 2 Vale. Een geweldige zeevogeldag waarbij vooral van de Noordse Pijl vele dagrecords sneuvelden, ook de dag erna nog. Toen was de storm namelijk nog niet gaan liggen en deed ik Texel voor twee dagen aan. Behalve een Grauwe Klauwier (mijn eerste voor het eiland) zag ik hier, met dank aan Jeroen de Bruijn en Harvey van Diek, mijn eerste Sperwergrasmus, in de befaamde Tuintjes.

Andere hoogtepunten van het najaar waren het langverblijvende Klein Waterhoen in de Flevo en een Roodmus die ik tezamen met broer Robert ontdekte op de Maasvlakte. Wat betreft zeevogels zag ik ook mijn eerste Noordse Stormvogel, Vaal Stormvogeltje en Drieteenmeeuw.

In oktober is Texel vaste prik en zo ook dit jaar. Eerst het Dutch Birding-weekend en in de herfstvakantie nog een week. Vanwege mijn studie lukte het niet om de hele week op het eiland te blijven, maar ik kon gelukkig wel een graantje meepikken van de invasie Ruigpootbuizerds die vanaf 15 oktober op gang kwam en tijdens het dagelijkse rondje door de Muy was de vondst van een Bladkoninkje een mooie beloning. Daarnaast leverden de verblijven op Texel deze maand 4 soorten klauwieren op, waarvan de Klapekster een invasieachtig voorkomen had. In normale jaren is dit een schaarse soort op het eiland maar nu werden er opvallend veel vogels gezien, mogelijkerwijs door dezelfde oorzaak die ook zorgde voor het grote aantal waarnemingen van Ruigpootbuizerd.

Eén van de 4 overtrekkende Ruigpootbuizerds in de Muy. Muy bueno! Foto van Peter van der Meer.

Op de terugweg van Texel bezochten we de eerder gevangen en geringde Blauwstaart in de duinen bij Castricum en één van de laatste wapenfeiten van het najaar was de Bruine Boszanger in de duintjes bij de Zuidpier van IJmuiden de week daarop. We kwamen precies op tijd aan want Roy Slaterus had deze vogel vers ontdekt waardoor we meteen als eersten konden aanschuiven.

Al met al een heerlijk najaar met 15 nieuwe soorten en tal van mooie waarnemingen.