Maandelijks archief: september 2014

Oosterse Vorkstaartplevier!

Gistermiddag, 7 september 2014, werd door de Belg Kris de Rouck bij het Zeeuwse Oud-Vossemeer een vorkstaartplevier gevonden die aanvankelijk als Steppevorkstaartplevier en later als Vorkstaartplevier werd gemeld. Snel nadat de eerste foto’s verschenen werd echter duidelijk dat het toch echt die andere vorkstaartplevier, de Oosterse Vorkstaartplevier, moest zijn, een soort die pas één keer eerder in Nederland was gezien (van 1 tot 5 augustus 1997 nabij het Friese Doniaburen). Veel twitchers hebben die vogel ondanks het lange verblijf destijds gemist omdat er veel onbekendheid was met de kenmerken van deze soort, als gevolg daarvan onduidelijkheid over de determinatie, en na zelfs eerst aanvaard te zijn geweest als Vorkstaartplevier werd het geval pas negen jaar na de waarneming aanvaard als Oostelijke Vorkstaartplevier (Driessens & Zekhuis, 2007).

Nadat de vogel gisteravond niet meer werd gezien, vond Diederik Kok de vogel om kwart over acht ’s ochtends knap terug op grote afstand. Maurice Elf en ik kwamen op dat moment toevallig net aanrijden vanuit Vianen en zagen slechts één vogelaar op de dijk staan, die toen hij ons zag begon te wuiven. We vielen dus met onze neus in de boter. Eerst was Maurice een blik gegund en daarna mocht ik de vogel als derde waarnemer van de dag aanschouwen; na ongeveer twee minuten kwamen van alle kanten vogelaars aangerend.

Nadat iedereen die in de buurt aan het zoeken was, gearriveerd was en de vogel had gezien, liepen we met zijn allen een stuk naar de vogel toe om hem van dichterbij te kunnen bekijken. Uiteindelijk was de vogel tot op een meter of 200 fraai waar te nemen met een opkomend zonnetje schuin in de rug en de voeten stevig in de Zeeuwse klei. Met name de roodbruine ondervleugel en de korte staart waren goed te zien. Regelmatig liet de Oosterse Vorkstaartplevier ook van zich horen: twee typen roepjes waarbij we vanwege de afstand de vogel eerst zagen roepen alvorens het ook daadwerkelijk te horen! Verder zat de vogel rustig op een oever en bleef in dezelfde vierkante meter een beetje om zich heen kijken, zo nu en dan een paar passen lopend, daarbij soms in de lucht happend, zich drukkend, poetsend en soms strekkend. We hoopten met zijn allen dat de vogel op zou vliegen als hij weer eens een plotselinge beweging maakte of als er een Oeverloper of Wilde Eend voorbij kwam, maar dat duurde uiteindelijk nog ruim een uur. Het was echter geen straf om in spanning af te wachten wat de vogel zou gaan doen terwijl ik hem ondertussen in beeld hield en met wat bekenden én onbekenden een praatje maakte. Bijna twee uur na de eerste waarneming vloog de plevier om 10.16 dan eindelijk op richting de oude plek, het Stinkgat, een moment dat ik helaas net miste, maar dat mocht de pret niet drukken.

De locatie van de vogel, met uiterst rechts Dick Groenendijk die het geluid dat de vogel regelmatig maakt probeert op te nemen.
De locatie van de vogel, met uiterst rechts Dick Groenendijk die het geluid dat de vogel regelmatig maakt probeert op te nemen.

Toen de vogel definitief was vertrokken, wandelden Maurice en ik rustig terug naar de auto en toen de Oosterse Vorkstaartplevier al snel in het Stinkgat (passende naam!) werd gemeld besloten we daar nog even een halfuurtje aan de vogel te spenderen. Dat pakte goed uit: nadat we het gebiedje hadden gevonden, bleek de vogel daar regelmatig fraaie vliegshows weg te geven. Af en toe landde hij even op de kant tussen de Kieviten en Spreeuwen, maar de vogel joeg vooral. Hij vloog dan op wisselende hoogte op de bekende vorkstaartplevierenmanier en liet daarbij zowel de boven- als de ondervleugel mooi zien. Andere leuke soorten: Kleine Zilverreiger, Paapje en Boompieper. Nadat de vogel weer eens achter een Kievit was neergestreken reden Maurice en ik terug richting Vianen en om kwart over één was ik weer thuis, een mega én een ervaring rijker.

De lijn twitchers.
Een gedeelte van de lijn twitchers.

Literatuur

Driessens, G. & Zekhuis, M. (2007). Oosterse Vorkstaartplevier bij Doniaburen in augustus 1997. Dutch Birding 29: 19-25.

Een Stormmeeuw met lichte iris

Op 17 januari 2013 nam ik tijdens een vorstperiode een Stormmeeuw met lichte iris waar op het ijs van de Singel in Woerden. Het betrof een adulte vogel in winterkleed.

Stormmeeuw, Woerden, 17 januari 2013

Een lichte iris wordt vaak gebruikt als determinatiekenmerk van Ringsnavelmeeuw versus Stormmeeuw, maar minder bekend is dat ook Stormmeeuwen een lichte iris kunnen vertonen. Het fijne snaveltje met vervagende band op de bovensnavel, de donkere kleur van de mantel en de brede witte tertialboog sluiten Ringsnavelmeeuw uit.

Stormmeeuwen hebben normaliter een donker oog, dat onder invloed van lichtomstandigheden lichter kan lijken. Vogels met echt lichte ogen zijn echter zeldzaam (Van Duivendijk 2010) en op bijvoorbeeld Waarneming.nl zijn dan ook slechts enkele van zulke vogels te vinden. Groot Koerkamp (1987) en Vaughan (1991) maken ook melding van lichtogige adult winter Stormmeeuwen, in respectievelijk Deventer en Essex.

Oostelijke Stormmeeuwen hebben vaker een lichte iris en dit kenmerk kan dan ook een aanwijzing zijn voor Russische Stormmeeuw heinei; in het veld is deze ondersoort echter nauwelijks met zekerheid te determineren (Dutch Birding 17: 72). Naast Russische Stormmeeuw hebben ook Amerikaanse Stormmeeuw brachyrhynchos en Kamtsjatkastormmeeuw kamtschatschensis regelmatig een lichte iris (Van Duivendijk 2010, Alfrey & Ahmad 2007, Shepherd & Votier 1993). Onze canus lijkt van de vier ondersoorten dus de Stormmeeuw te zijn waarbij een lichte iris het minst voorkomt: wederom een interessant staaltje van variatie onder meeuwen!

Literatuur

Alfrey, P. & Ahmad, M. (2007). Short-billed Gull on Terceira, Azores, in February-March 2003 and identification of the ‘Mew Gull complex’. Dutch Birding 29: 201-212.

van Duivendijk, N. (2010). Advanced Bird ID Guide. New Holland, Londen.

Groot Koerkamp, G. (1987). Common Gull with a pale iris. British Birds 80: 628-629.

Shepherd, K.B. & Votier, S.C. (1993). Common Gull showing characters apparently consistent with North American race. British Birds 86: 220-223.

Vaughan, H. (1991). Common Gulls with pale irides. British Birds 84: 342.

Stormmeeuw, Woerden, 17 januari 2013